|
. |
|
Denken in beelden wordt door iedereen in meerdere of mindere mate gebruikt: - Een baby/ peuter denkt 100 % in beelden - Rond zes jaar wordt meestal gestart met de taal/ leesontwikkeling, hierbij wordt door veel kinderen ‘automatisch’ overgestapt op het denken in woorden en vindt er een verschuiving plaats naar het ‘talige’ woord-denken - Dat wil niet zeggen dat het kind helemaal niet meer gebruik maakt van beelden! De een zal sterker in woorden gaan denken dan de ander - Beelddenkers blijven consequent in beelden/gebeurtenissen denken
Wat zijn voordelen van beelddenken? - Het is een snelle manier van denken (32 beelden p/sec tegenover 2 woorden p/sec.) - Het is een ruimtelijk denken, driedimensionaal: ze kunnen a.h.w. om iets heen lopen in hun gedachten; en iets van meerdere kanten bekijken - Beelden komen tegelijkertijd, ze overlappen elkaar (waardoor het niet altijd gemakkelijk is om een verhaal van het begin tot het einde te vertellen in een logische volgorde) - Het is een simultaan en non-verbaal denken: er worden vaak combinaties gelegd met andere zintuigen (waardoor je de zon misschien wel op je huid ‘voelt’ en ‘ruik’ je de zonnebrandolie) - Je begrijpt de dingen vlug, als je ze maar niet eerst hoeft te lezen.. - Het is een hele creatieve manier van denken
Wat zijn nadelen? - De bovengenoemde voordelen kunnen tot last zijn als je met letters, woorden en zinnen in aanraking komt! Dit zijn immers geen ruimtelijke beelden, maar symbolen; letters en/ of cijfers. - Hierdoor raak je verward en weet je helemaal niet meer wat er staat of stond..
|